Managen in de zorg en de kracht van verhalen

Vorige week rondde ik een interimopdracht af bij een organisatie in de GGZ. Om in mijn managementteam afscheid te nemen had ik een grote steen en een veer meegebracht.

De steen stond symbool voor zware tijden in de GGZ: werken met een wachtlijst voor cliënten die eigenlijk dringend zorg nodig hebben, desondanks bezuinigingen door moeten voeren, cliënten die vroegtijdig afhaken vanwege een eigen bijdrage. De druk op productiviteit voor behandelaren, de noodzaak om nog efficiënter om te gaan met schaarse middelen, de wens om grondig te veranderen. Werken in de GGZ is soms pittig.

De veer stond symbool voor die dagen dat je ‘s avonds naar huis rijdt en je zo licht als een veertje voelt. Omdat er die dag iets gebeurd is waar je blij van wordt, trots op bent, energie van hebt gekregen. Als “afscheidscadeau” vroeg ik mijn collega’s of ze met mij wilden delen waar zij blij van werden of inspiratie van kregen. De veer werd een talking stick en ging de tafel rond.

En er gebeurde iets: midden in een overleg over tegenvallende productiecijfers en grimmige realiteit was er een moment van rust, gingen mensen stralen, en vertelden ze over hun inspiratie: een dag hebben waarin je er echt hebt kunnen zijn, als mens en in je werk. Een dag hebben waarin je weet dat er in het leven van een cliënt iets essentieels ten goede veranderd is. Een dag hebben waarin je gevoeld en ervaren hebt dat je het samen hebt gedaan, met je team. Een dag hebben waarin vergaderingen inspiratiemomenten zijn, mooie plannen geboren worden, problemen gedeeld, goede afspraken gemaakt. Een dag hebben waarin je vakmanschap hebt gezien of mogelijk hebt gemaakt.

Hoe zelden staan we stil bij waarom we ooit zijn gaan werken in de zorg. Samen mooie dingen doen voor cliënten, daar gaat het om. En hoe goed is het om, misschien wel juist tijdens een overleg over de harde realiteit van productiecijfers en financiële resultaten, die essentie voor ogen te houden.

20120428-133956.jpg