6267516029_1d59ff6ae3_q5 juli 2016 in de Volkskrant: “Zorg pompt ‘moeilijk’ kind rond”. Kinderen worden doorgeschoven van organisatie naar organisatie omdat zij een complexe zorgvraag hebben, waar instellingen geen goed antwoord op hebben. In het artikel worden drie oorzaken genoemd. Gemeenten hebben nog onvoldoende deskundigheid om te beoordelen wat deze kinderen nodig hebben. Er wordt vaak te lang doorgemodderd met (te) lichte zorg. En zorginstellingen zijn te aanbodgericht en voelen zich ingekaderd door contracten, financiën en richtlijnen.

Het is 2016. We hebben ingewikkelde stelselwijzigingen achter de rug. Het zou dichterbij, vraaggerichter en beter worden. Maar niet alles gaat blijkbaar goed.

In de zorg lijken we steeds vaker geleid te worden door de behoefte aan zekerheid, voorspelbaarheid en controle. Schieten we daarin door? Zou het beter gaan als er meer ruimte is, voor maatwerk, voor het nog niet weten? Zou het beter gaan als we vertrouwen hebben in dat, als je de juiste mensen bij elkaar zet, er zich een “beste oplossing” aandient? Zou het helpen als we er op gaan vertrouwen dat professionals in de zorg graag het goede doen voor cliënten, en zelf heus wel snappen dat goed werk doen ook betekent dat je zorgvuldig moet omgaan met de daarvoor beschikbare middelen?

Het zoeken naar zekerheid, voorspelbaarheid en controle zie je terug bij gemeenten, die vooraf willen contracteren. Je ziet het terug in hoe we de zorg organiseren, in paden en programma’s, met protocollen en richtlijnen, binnen organisaties en structuren. Je ziet het terug in de financiering, in DBC’s, of op basis van vooraf bedachte aantallen en resultaten. Je ziet het terug in hoe we denken kwaliteit te kunnen managen, met vinklijsten en instrumenten die een papieren werkelijkheid creëren. En je ziet het terug in het behandelaanbod: evidence based, met vastgelegde methoden en therapieën. En zo hebben we innovatie, creativiteit, maatwerk en vraaggericht werken weggeorganiseerd en perverse prikkels ingebouwd.

En voor sommige zorgvragen is dat misschien allemaal niet zo erg. Maar wel als het gaat om complexe zorg. Want dan is samenwerking nodig, en ruimte om te zoeken naar wat helpt als de standaard methoden niets brengen. Dan is intensief overleg nodig met cliënt, familie en deskundige vakmensen. Dan moeten we in de zoekmodus kunnen gaan, tijd kunnen nemen, iets nieuws kunnen creëren, of een programma op maat kunnen maken met alles wat voorhanden is.

Het helpt als zorgverzekeraars, gemeenten en organisaties ruimte geven, afspraken los durven te laten, cliënten en vakmensen vertrouwen geven, niet bang zijn om te investeren in iets wat misschien niet voorspelbaar is maar wel echt nodig. Als zij bereid zijn om complexe zorg niet vooraf te contracteren en maatwerk mogelijk te maken. Het helpt als organisaties hun specifieke expertise regionaal of landelijk aanbieden. Het helpt als gemeenten bij complexe zorgvragen clientgebonden contracteren en financieren.

Maar misschien is het nog wel belangrijker dat vakmensen in de zorg ruimte opzoeken en opeisen, op het moment dat zij zien dat cliënten de dupe dreigen te worden. Dat zij het niet meer laten gebeuren dat kinderen worden rondgepompt tussen zorgorganisaties. Dat zij dapper zijn en moedig strijden. Dat zij vechten voor cliënten, door hun vakmanschap te gebruiken, door samen te werken met collega’s, door verantwoording te willen afleggen over gemaakte keuzes, en door niet los te laten als het ingewikkeld wordt.

Moeilijk kind. Je zal dat stempel maar krijgen, je zal je maar zo voelen. Goede zorg organiseren en geven, dat is soms moeilijk. Maar kinderen moeten er op kunnen vertrouwen dat we er in de zorg alles aan doen om hen te helpen. Juist als het moeilijk is.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.