De afgelopen week schreef ik samen met een collega een artikel over vakmanschap in het sociale domein. Ik herlas daarom De Ambachtsman, de mens als maker van Richard Sennett (Meulenhoff, 2008). Sennett besteedt in zijn boek ook aandacht aan tijd. Zo definieert hij vakmantijd als de langzaam verlopende tijd die reflectie mogelijk maakt, de uitoefening van een ambacht als zich uitstrekkend in de tijd, en benadrukt hij dat het goed leren van een vak tijd kost: 10.000 uur. Dit lezend moest ik denken aan de koksopleiding op het ROC van één van mijn kinderen. Ik vrees dat in die opleiding, met gemiddeld 12 “contacturen” per week, die uren niet gehaald zijn…

Nadenken over tijd, daar ontkom je niet aan, als je werkt in zorg en welzijn. Er lijkt altijd een tekort aan tijd te zijn. Tijd om aandacht te geven, én tijd voor concrete en noodzakelijke zorghandelingen. Ik was een keer op bezoek op een verpleegafdeling, en een bewoonster greep me onmiddellijk bij de arm, met het verzoek om naar het toilet gebracht te worden. Toen ik haar uitlegde dat ik geen verzorgende was en niet wist hoe ik haar goed kon helpen wist ze me haarfijn te vertellen wat het eerste is dat medewerkers in verpleeghuizen leren: bij elke vraag die je gesteld wordt door een cliënt zeggen: “ik kom zo” en doorlopen. Deze mevrouw was niet in de war, maar wel heel cynisch geworden. Ook zij constateerde een tekort aan tijd.

Toch zie ik ook medewerkers die het op drukke afdelingen wel voor elkaar krijgen om tijd en aandacht aan bewoners te geven. Ik denk dat er op dergelijke afdelingen een aantal zaken gebeurt, die helpen.

Alleen doen wat toegevoegde waarde heeft

Teams die zelf kritisch zijn op hoe zij hun tijd besteden, en die ook de ruimte krijgen van hun organisatie om overbodige administratie, verslaglegging, vinklijsten en nutteloze handelingen af te schaffen, hebben daadwerkelijk meer tijd voor de cliënt.

Slim organiseren

Teams die regelmatig knelpunten op de dag met elkaar doornemen en verbeteren winnen tijd. Verbeteringen kunnen logistiek zijn (alle materialen die nodig zijn voor de verzorging in een karretje, zodat je niet heen en weer hoeft te lopen), of gaan over wie wat doet (deze cliënt kan zelf naar de huiskamer lopen en een boterhammetje smeren).

In één keer goed

Een speciaal soort verbeterslag gaat over “in één keer goed”. John Seddon, een Engelse organisatieadviseur en psycholoog, constateert dat veel van wat we doen in organisaties eigenlijk het herstellen van eerdere fouten is. Een oude leermeester van me in de industrie noemde dat “two wrongs to make a right”. Seddon stelt dat onze “oude” manier van organiseren fouten in de hand werkt. In mijn eigen woorden: door te knippen in denken, doen en beslissen organiseren we het zoeken naar goede oplossingen buiten het primaire proces. En daarmee verminderen we de denkkracht en regelruimte van medewerkers en cliënten. Door de zorg weer te gaan zien als een “werkgemeenschap” waarin mensen samen goede zorg maken wordt dat makkelijker. En winnen we tijd.

Stil de tijd

Op elke hectische zorgafdeling waar ik kom zie ik ook medewerkers die het wel voor elkaar krijgen om een babbeltje te maken, een troostend gesprek te voeren of familieleden een warm welkom te geven. Zouden zij de tijd anders ervaren? Joke Hermsen schrijft over tijd in haar boek Kairos (Arbeiderspers, 2014). Zij beschrijft kloktijd, de tijd waarin we moeten hollen, de tijd die ons stuurt (Chronos), en de ware tijd, de tijd die mensen innerlijk ervaren (Kairos). Kairos is in de oude Griekse filosofie de god van het geschikte moment en staat ook symbool voor creativiteit. Misschien kunnen deze medewerkers, die tijd weten te vinden voor echte aandacht voor de ander, wel heel goed in de Kairos-tijd leven, en het geschikte moment creëren en benutten. En kunnen we van hen leren hoe zij dat doen.

Cliënt-tijd en werk-tijd

Nog even voortbordurend op het werk van Joke Hermsen: cliënten in de zorg leven vaak meer in de Kairos- dan in de Chronos-tijd. Misschien ervaren zij de stille, eenzame dagen zonder bezoek als lang, of misschien het nog resterende leven als veel te kort. En misschien is voor de ene bewoner een uur wakker liggen in bed een gehate eeuwigheid, en voor de ander een heerlijk moment voor mijmeren en rusten. Medewerkers en teams die zich kunnen aanpassen aan de ervaren tijd van cliënten dragen daarmee bij aan kwaliteit van zorg en kwaliteit van leven. En wie zich richt op kwaliteit bespaart door het goed te doen ook op tijd en kosten.

De tijd gaat snel, gebruik haar wel

Als tijd een schaars goed is, dan moet je er goed mee omgaan. En wat dan goed bestede tijd is, dat kunnen zorgprofessionals en cliënten het beste samen uitzoeken. Misschien is het zo dat de standaarden die we hebben voor het werk niet aansluiten bij wat de cliënt wil en vraagt. In een ziekenhuis is het voor bedlegerige patiënten heel fijn als er iemand een kopje koffie komt brengen. Maar voor mobiele patiënten is een leuke koffiehoek met een tijdschriftje en gezelschap misschien interessanter. Standaardisatie lijkt vaak goedkoper, maar is dat lang niet altijd. Door niet in te vullen voor de ander wat goed en prettig is maar door variatie toe te staan en maatwerk te leveren kun je meestal de tijd beter besteden en ook tijd winnen.

Vakmenstijd

Je werk goed en slim doen, dat moet je ook leren. Medewerkers en teams moeten tijd hebben om te bespiegelen, te reflecteren en van elkaar te leren. Een deel van ons vakmanschap kunnen we uit boeken halen. Maar een ander deel van vakmanschap moeten we leren in de praktijk, door collega’s aan het werk te zien, of door er over te praten met elkaar. Zodat de impliciete vakkennis die in de hoofden van individuele medewerkers zit expliciet kan worden en kan worden gedeeld. Organisaties moeten deze tijd beschikbaar maken. Productiviteitsnormen van 90% of hoger zijn voor professionals veel te hoog. Dat is roofbouw op mensen en op de kwaliteit.

Waardige tijd

En dan, tijdens het schrijven van dit blog, zie ik een berichtje van de Volkskrant voorbijkomen. Over werknemers van de grootste pluimveeverwerkers in de VS die zo weinig tijd krijgen voor toiletbezoek, dat sommigen een luier dragen. En ik denk aan het verhaal van die zorgmedewerker, die zich diep schaamde omdat ze mensen soms een 24uursluier gaven omdat er geen tijd was om tussendoor te verschonen. En dan schaam ik me ook. Over hoe wij mensen blijkbaar in staat zijn om de ander niet meer te zien als mens maar als product of productiemiddel. En hoe ver we kunnen gaan om financiële resultaten te optimaliseren. Efficiënt omgaan met de tijd is goed. Maar dat doen ten dienste van menslievende zorg en vanuit waardengedreven werkgeverschap is beter.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *