In zorg en welzijn hebben we het steeds vaker over eigen kracht. Dat wat mensen zelf kunnen, dat doen zij zelf. Wat mensen niet zelf kunnen, daarbij helpen familie, vrienden, buurtgenoten. En als dat niet gaat, omdat er specifieke deskundigheid nodig is, of omdat er te weinig draagkracht is, pas dan komen er professionals aan te pas. En die professionals laten de regie voor wat zij doen bij de mensen die van hen iets vragen.

Werken vanuit deze gedachte van eigen kracht is nog lang niet vanzelfsprekend. Bezuinigingen maken dat de noodzaak om vanuit eigen kracht te gaan werken groot is: er is gewoonweg minder geld beschikbaar. En verschuivingen in de organisatie van de zorg van centraal naar lokaal maken dat er meer mogelijk wordt om vanuit eigen kracht te gaan handelen.

Voor organisaties ligt er nu de fantastische uitdaging om te zorgen voor een cliëntgestuurd en flexibel aanbod dat lokaal, in samenspraak tussen zorgprofessionals, zorgvragers en hun omgeving vorm krijgt. Zo’n aanbod bedenken, en er een organisatievorm voor bouwen, dat gebeurt regelmatig vanachter een bureau, door projectleiders, managers, staf. Er wordt een plan en een blauwdruk ontwikkeld, en zo moet het dan gaan. Maar wat een gemiste kans is dat. Waarom niet nu de gelegenheid nemen om niet alleen de zorg, maar ook hoe die zorg georganiseerd wordt samen op te pakken? Waarom niet de oude grenzen van organisaties en de oude manieren van organiseren loslaten?

Grenzenloos leren organiseren en veranderen: wil je bedenken hoe een zorgvoorziening in een gemeente er uit komt te zien? Organiseer een ‘large scale intervention’. In Amerika hebben ze met dergelijke bijeenkomsten hele dorpen weer economisch gezond, gerestaureerd en bruisend gekregen. Creëer ruimte voor iedereen die betrokken is en mee wil denken en maak samen een plan.

Grenzenloos leren samenwerken: is er geen geld meer om met voldoende medewerkers kwaliteit van zorg te leveren? Stop dan met onderscheid te maken tussen professionals en het netwerk van clienten. Misschien durft die moeder van dat gehandicapte kind het best aan om ook regelmatig een slaapdienst te draaien. Of misschien kan de zoon van die dementerende moeder een keer in de week komen koken. En niet vrijblijvend, maar met medeverantwoordelijkheid en ingeroosterd.

Grenzenloos leren oplossen: stopt de vergoeding voor vervoer naar de dagbesteding? Misschien is er wel een medewerker die onderweg naar het werk cliënten bij een bushalte kan oppikken, wil de buurvrouw ook best een keer meefietsen, en zijn de chauffeurs van de regionale busmaatschappij bereid om de kwetsbare mensen die in hun bus stappen extra in de gaten te houden.

Grenzenloos leren denken: zijn er mensen die zorg nodig hebben die elkaar kunnen helpen? Kan een vereenzamende oudere dame misschien beter geholpen worden door een andere vereenzamende dame voor te lezen dan door een huishoudelijke hulp die zij eigenlijk niet nodig heeft voor het schoonmaakwerk? Kan een verstandelijk beperkte jongeman de hovenier zijn van dat echtpaar met die meneer die door een ongeluk in een rolstoel zit?

En wat doen we dan met zorgprotocollen, opleidingseisen, risicobeheersingsmaatregelen,  aansprakelijkheidverzekeringen, privacyregelingen? Hoe gaan we om met grenzenloze teams, die niet alleen uit professionals bestaan, maar ook uit mantelzorgers, buurvrouwen en buschauffeurs? Hoe krijgen we die werkend? Hoe zorgen we voor kwaliteit? Door samen verantwoordelijk te zijn, en te starten vanuit verbinding en vertrouwen. Door regelcapaciteit en regeltijd te creëren voor zorgprofessionals zodat zij samen met zorgvragers en hun netwerk om de tafel kunnen gaan om goede afspraken te maken. Door creatief naar nieuwe oplossingen te zoeken. En door medewerkers de kans te geven zich in deze veranderende wereld te ontwikkelen tot partners van zorgvragers.

Of grenzenloos werken echt ontwikkeld kan worden vanachter een bureau? Ik denk het niet.

grenzenloos organiseren

Gelabeld met → 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *